Wie zich kan buigen blijft heel.

Al jaren heb ik last van mijn rug. Met het ouder worden is er slijtage ontstaan in mijn onderrug. De ruimte tussen de wervels is daardoor op sommige plekken wat nauwer geworden en één zenuw wordt geprikkeld. Dat voel ik elke dag. Ik wen er ook wel een beetje aan. Niet omdat het weg is, maar omdat het geen ziekte is. Mijn rug heeft gewoon minder marge. En dus vraagt het iets anders van mij: afstemmen.

Dat is een van de redenen dat ik een intensieve Tao-training volg. Daarin werk ik onder andere met de tai chi-oefening Omarm de boom — een oefening die ik zelf jarenlang heb gegeven. Soms betekent dat meer doen, soms juist minder. Deze week oefen ik haar weer elke dag. Tegelijkertijd moet ik oppassen dat ik niet train vanuit een verwachting:

“Dit moet beter worden. De pijn moet weg.”

Want dan ontstaat gefixeerde aandacht en ga ik als het ware duwen. Het is beter te oefenen vanuit verlangen: “Ik wil soepeler bewegen. Meer ruimte voelen.” De stoïcijn Epictetus zei het zo: “Vraag niet dat de dingen gebeuren zoals jij wilt, maar wens dat ze gebeuren zoals ze gebeuren, dan zul je goed leven.” Voor mij is trainen daarom niet meer doen, maar beter afstemmen. Met een verlangen dat niet vastzit. En ja… ik merk ook dat ik hoop dat de pijn wat afneemt en dat lopen weer wat vanzelfsprekender wordt. Misschien hoort dat er gewoon bij.

Zondagtekst, vrij naar Daodejing, H. Smit, Epictetus en R. Eleveld.